Wet OKE

Gevolgen van de wet OKE voor scholen en besturen
Sinds 1 augustus is de Wet OKE in werking. Het doel van de wet is de kansen voor kinderen met taalachterstanden te vergroten. OKE staat voor Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie. De wet regelt de basiskwaliteit van peuterspeelzaalwerk een aantal zaken rond voor- en vroegschoolse educatie. Vroegschoolse educatie vindt plaats op basisscholen, de wet heeft dus ook gevolgen voor scholen en schoolbesturen.
De wet OKE wijzigt drie wetten:
• In de Wet Kinderopvang is een kwaliteitskader voor peuterspeelzalen opgenomen evenals het toezicht van de gemeente daarop. Verder zijn in deze wet kwaliteitseisen voor voorschoolse educatie opgenomen.
• In de Wet op het onderwijstoezicht is geregeld dat de Inspectie van het Onderwijs toezicht houdt op de kwaliteit van voorschoolse educatie.
• In de Wet op het Primair Onderwijs is de regierol van gemeenten ten aanzien van het onderwijsachterstandenbeleid verstevigd en is bij gemeenten de verantwoordelijk voor voldoende aanbod van voorschoolse educatie neergelegd.

Wat verandert er voor het onderwijs?
Definitie vroegschoolse educatie
Er is voor het eerst een wettelijke definitie van vroegschoolse educatie. Deze is opgenomen in de WPO: Uitvoering van een programma, gericht op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes doorstromen in het basisonderwijs, dat wordt verzorgd in groep 1 en 2 van een basisschool, als vervolg op de voorschoolse educatie.

Verplicht overleg en verplichte afspraken
B&W voeren ten minste jaarlijks overleg met de kinderopvang, peuterspeelzalen en schoolbesturen en draagt zorg voor het maken van afspraken mbt:
- Welke kinderen met een risico op taalachterstand in aanmerking komen voor voorschoolse educatie;
- De wijze waarop die kinderen naar zowel voor- als vroegschoolse educatie worden toegeleid;
- De organisatie van een doorlopende leerlijn van voorschoolse- naar vroegschoolse educatie

Het College van B&W draagt zorg voor het maken van afspraken met de schoolbesturen over:
- Resultaten van vroegschoolse educatie
- Alle partijen werken mee aan het komen tot afspraken

Overdracht van gegevens
Kinderdagverblijven en peuterspeelzalen leveren verplicht gegevens over instromende leerlingen aan het schoolbestuur:
- het gevolgde VVE-programma
- de duur van het programma

Kinderdagverblijven en peuterspeelzalen maken afspraken met de basisscholen binnen de gemeente over de wijze van gegevenslevering

Doorzettingsmacht
Er moeten binnen redelijke termijn afspraken zoals hierboven beschreven zijn gemaakt met alle betreffende partijen. Zo niet, dan kan gemeente de gemaakte afspraken opleggen aan partijen die zich in eerste instantie niet aan de afspraken hadden verbonden (doorzettingsmacht). De afspraken moeten wel noodzakelijk zijn voor een samenhangend onderwijsachterstandenbeleid De Algemene wet bestuursrecht is dan van toepassing (besluit moet redelijk en billijk zijn, er is recht van bezwaar en beroep)

En verder: kansen voor scholen en besturen
Gemeenten mogen weer geld aan scholen besteden. De gemeentelijke middelen voor onderwijsachterstanden zijn geoormerkt. Ze moeten dus aan onderwijsachterstanden besteed worden. De gemeente heeft de ruimte om dit geld in te zetten voor overige activiteiten op scholen gericht op bestrijden van taalachterstanden. Besturen participeren in het overleg over voorschoolse VVE. Vooral de afspraken over de doorlopend leerlijn bieden hierbij kansen. Scholen met kanttekeningen over de kwaliteit van de voorschoolse VVE kunnen het overleg aangrijpen om aan te geven welk basisniveau ze verwachten bij instroom in de vroegschoolse VVE.

Rol van de Inspectie bij VVE
De Inspectie is momenteel bezig met een zgn. bestandsopname voor VVE, als eerste bij de grote steden en d aarna in de rest van het land. Hierna vallen de al bezochte VVE-locaties onder het signaalgestuurd VVE-toezicht (jaarlijks in afspraak met de gemeente op specifieke thema’s of locaties). Gaandeweg wordt het toezicht op VVE opgenomen in het regulier toezicht. De Inspectie werkt met een Toezichtskader VVE. Er wordt gekeken naar een aantal zaken op gemeenteniveau, en daarnaast op locaties naar de proceskwaliteit en de resultaten van VVE. Dit geldt dus ook voor scholen met VVE of scholen die aan VVE doen maar wel veel gewichtenleerlingen hebben. Bij de opbrengsten kijkt de Inspectie naar de resultaatafspraken die op gemeentelijk niveau worden gehanteerd: wordt er gemeten volgens de afspraken, en zijn de resultaten van voldoende niveau? Ook wordt gekeken naar het aantal leerlingen met verlengde kleuterperiode (dit zit al in het regulier toezicht). Binnenkort komen we vanuit het ondersteuningstraject met een zelfbeoordelingsinstrument ter voorbereiding op het inspectiebezoek.